[En dus schreef ik dit gedicht]
Als de zon zo ver ben je je stralen, warm zijn ze, ik voel m'n vingertoppen bijna bewegen reikend naar je maar dichtbij ben je niet.
Ik bewonder elke simpele seconde die je ademt- als je niet denkt dat iemand naar je kijkt en je in je eigenheid als klein kind onschuldig verblijft golf ik mee op de beweging van jouw handen door je haar- Ik probeer te imiteren hoe je nonchalant onschuldig bent maar ik ben altijd schuldig.
Soms als je spreekt en ieder ander wacht tot je klaar bent en ze weer naar huis mogen gaan opdat de zon weer eens ondergaat, voel ik enkel affectie voor hoe jij bent en dat jij bent en wat jij zegt
en hoe je dat zei en waarom alleen jij dat zo zou zeggen, en hoe mooi je bent- al slaat wat je zegt zes keer nergens op en struikel je over je eigen komma's heen En wat ik dan wil is opstaan en je kussen, omhelzen, spontaan een serenade inzetten
maar tegelijkertijd
wil ik blijven zitten en dat gevoel niet kwijtraken of te min doen ik wil de klokken stilzetten in hoop dat het moment niet verloren gaat ik wil die warmte die jij uitstraalt
voor altijd vastleggen.













