Ik ben moe van het doen alsof,
van het dragen van gezichten
die niet van mij zijn.
Altijd maar vriendelijk,
zodat niemand ziet
hoeveel ik eigenlijk mis.
Ik loop rond
met een hart vol breuken
en een hoofd dat nooit stil is.
Ze vragen hoe het gaat
en ik lach,
want eerlijk zijn
jaagt mensen weg.
Elke dag
een nieuwe poging
om niet te verdwijnen
in de leegte
die steeds dichter kruipt.
En niemand ziet
hoe hard ik schreeuw
zonder geluid,
hoe zwaar het is
om simpelweg te bestaan
wanneer alles in mij
wil stoppen met voelen.
Maar ik blijf ademen,
niet uit hoop,
maar omdat ik nog hier ben —
en misschien is dat
al iets.












