kleine demoon
Een hufter is hij, want hij is er áltijd bij. Geen gesprek is hetzelfde meer, geen samenzijn ongestoord, want zijn geluid wordt gehoord. Haar handen aaien hem, dag na dag, wel ik hoop dat hij verbanden mag. Laat hem branden in de hel, wellicht voelt hij het dan wel. Welke pijn ik heb moeten lijden, sinds hij mijn leven moest ‘’verblijden’’. Vroeger, toen had hij nog niet gestudeerd, was mijn leven nog gewoon. Nu, als slimme vent is het een demoon. Iedere keer weer, is hij als een storend jankend kind, de lul die haar aandacht boven de mijne wint. Over wie dit gaat, wie is het die ik zo veel haat? Ik haat hem, die kleine demoon, ik haat jou; smartphone















